De secretaris

Een belangrijke rol in de schepenbank was weggelegd voor de secretaris. Hij noteerde de akten, hield registers bij, men kon bij hem terecht voor een afschrift van een akte, en dergelijke juridische en administratieve taken. Hij wordt ook wel genoemd als schrijver, scriba of preter.

Het was, zo blijkt wel uit de bronnen, een solide baan die in principe voor het leven was (althans kon zijn). Secretarissen waren afkomstig uit notabele families; opvallend is ook dat er nogal eens werd getrouwd tussen families van secretarissen van verschillende schepenbanken.

Onderstaand is een overzicht van de secretarissen tot ca. 1650, voor zover bekend. Er zijn ook enkele bronnen opgenomen waarin de secretaris expliciet met zijn functie wordt vermeld.


Heer Claes Selkaert

?

Overleden na 1549.

In 1549 wordt hij door Heyman Gillissen genoemd als voormalig secretaris van Zaltbommel. Op dat moment is hij echter niet meer in functie, maar kapelaan in Huessen (vermoedelijk; de plaatsnaam is slecht leesbaar).
Omdat de andere secretarissen in periode leken aan te sluiten, leek hij aanvankelijk de voorganger van Cornelis Aertsz. Maar de informatie gevonden over Jan die Sterck weerspreekt dat, dus zal hij diens voorganger moeten zijn geweest.

Bron: Hof van Gelre, toegang 0124, Brieven aan en van het Kwartier van Nijmegen
Inv. 808, nr. 1464 a.


Mr. Jan die Sterck

tot 1524

Overleden na 5 december 1527.
Hij wordt niet vermeld in het Necrologium van de St. Maartenskerk.

Van hem is (nog) geen handschrift bekend.

Hij was tot 1524 secretaris: "meijster Jan die Sterck tamquam pro tempore secretarius opidi Zaltboemelense anno XXIIII".
Hij wordt door Heyman Gillissen in 1549 ook genoemd als voormalig secretaris van de Bank van Driel.
Verder is nog weinig van hem bekend. Na de overdracht aan Gijsbert van Genth als secretaris van Driel leeft hij nog, want hij "subscribeert" latere afschriften voor hem.
In 1540, 1541 en 1544 is ene meester Jan dije Sterck schepen in Driel, maar het is nog onbekend of het om dezelfde gaat. Dat lijkt wel waarschijnlijk.

Bronnen:
Meijster Jan Sterck wordt vermeld in 1526 in ORA Tuil, inv. 1238, folio 260v.
ORA Zaltbommel, inv. 304, folio 58 (5-12-1527).
Hof van Gelre, toegang 0124, Brieven aan en van het Kwartier van Nijmegen. Inv. 808, nr. 1464 b.


Cornelis Aertsz

1525 - ≥1534

Overleden op 15 november 1538.

Bovenstaande voorbeeld is uit ORA Zaltbommel, anno 1532.

Hetzelfde handschrift is gebruikt in het cartularium van het Groote Gasthuis, waarbij de laatste inschrijving met dat handschrift dateert van 6-3-1532 (zoals nu althans bekend is).

Directe verwijzingen naar zijn functie:
Een indirecte aanwijzing staat aan het begin van inv. 304. Daar staat de naam "Cornelis Aertsz" en dat blijkt te slaan op degene die het boek heeft geschreven.
Dit wordt ondersteund door het feit dat hij in 1534 optreedt namens anderen: "Cornelis Aertss tot behoef Peter Ingenhuijs ende Margriet".
In 1549 worden door de latere secretaris Heyman Gillissen "ettelijke" boeken (signaten) overhandigd aan het stadsbestuur die door Cornelis Aertsz z. zijn geschreven. Bron: Hof van Gelre, toegang 0124, Brieven aan en van het Kwartier van Nijmegen, inv. 808, nr. 1451.
In het Necrologium van de St. Maartenskerk wordt zijn overlijden vermeld op blad 136, voorzijde, 2e kolom. Het overlijden van zijn vrouw Maria, op 24 juni 1542, staat op blad 77, keerzijde, 1e kolom. Vermeld met haar zoon meester Otto Pieck, "onze confrater", wat doet veronderstellen dat zij Maria Corstensdr is.


Goossen Gijsbertsz van Maren

≥1534 - 1541

Overleden op 9-6-1541.

Van hem is (nog) geen handschrift bekend.

Directe verwijzingen naar zijn functie:
In 1549 wordt "meijster Goessen van Maren z." genoemd als schrijver van twee boeken (signaten) die door zijn opvolger Heyman Gillissen zijn overhandigd aan het stadsbestuur.
Bron: Hof van Gelre, toegang 0124, Brieven aan en van het Kwartier van Nijmegen, inv. 808, nr. 1451.

In de Bank van Tuil wordt 'mr. Goiswino van Maeren" vermeld op 1-2-1538 als hij optreedt voor zijn vader Gijsbert van Maren.
Het Obituarium vermeldt het overlijden van Goswinus van Maren, heer en meester, kanunnik van de St. Maartenkerk (f. 70 verso 1e kolom).


Heyman Gillissen

1541 - 1548 (of begin 1549)

Zeer waarschijnlijk is het getoonde handschrift van hem; in ieder geval staat de tekst in de ik-vorm (brief nr. 1464 b).
Hij is begonnen na het overlijden van Goossen van Maren. Hij was nog secretaris in 1548, maar het is onbekend of hij ook nog tot in (begin) 1549 is aangebleven.

Directe verwijzingen naar zijn functie:
In 1548 ontstaat er een conflict met Maes Jansz, daarbij wordt hij secretaris van Bommel genoemd.
Ondanks herhaaldelijke missiven en gelastingen door het hof weigert hij te gehoorzamen. Hij weigert zelfs de signaten en manualen te overdragen (juni 1549).
Bron: Hof van Gelre, toegang 0124, Brieven aan en van het Kwartier van Nijmegen
Inv. 650, nr. 314.
Inv. 807, nrs. 1104, 1119.
Inv. 808, nrs. 1353a, 1433, 1435, 1439, 1451, 1452, 1464a, 1486, 1488, 1489.

Als gewezen secretaris van Zaltbommel wordt hij op 23 nov. 1549 aangeklaagd voor valsheid in geschrifte.
Bron: Hof van Gelre, toegang 0124.
Inv. 4524 (dossiernummer 1549/1).
Inv. 6980, nr. 588.
Inv. 1406, p. 211.


Henrick Stoer (Stoir)

1549

Vanwege het conflict met Heyman Gillissen kwam de positie van secretaris vrij. Uit briefwisseling met het Hof van Gelre blijkt dat de burgemeesters en schepenen een nieuwe secretaris hadden aangesteld: deze Henrick. Maar het recht tot aanstellen van een secretaris lag bij de hertog en de benoeming was dus onrechtmatig. Vermoedelijk is Henrick maar ongeveer een half jaar in functie geweest, totdat de hertog Aert de Bije aanstelde.

N.B. Later blijkt dat ene Henrico Stoir, ook wel Stoer, secretaris is in Tiel. Waarschijnlijk is dat dezelfde.
Hij ondertekent de Tielse stadsrekening van 1551 en wordt daarin zelf ook vermeld wegens zijn reizen naar Arnhem, Nijmegen en Zaltbommel. Ook later in 1563 wordt hij nog vermeld.

Bronnen: Hof van Gelre, toegang 0124, Brieven aan en van het Kwartier van Nijmegen
Inv. 808, nr. 1296 b. Dit extract uit het signaat van Zaltbommel wordt ondertekent door H. Stoir.
Inv. 808, nr. 1386. In deze missive van het hof aan de stad worden B. en S. gelast op 24 mei 1549 te verschijnen in Arnhem, om zich te verantwoorden voor het eigenmachtig afzetten van een schrijver van Bommel enz. en het aanstellen van Henrick Stoer in diens plaats. Inv. 818, nr. 4903.
Hij wordt ook vermeld in ORA Tuil, inv. 1240, f. 129 (1545), f. 210v (1548) en f. 237 (1549).


Aert de Bije

1549 (in of voor juni) - ≥1573

Overleden in 1580.

Van hem zijn diverse vermeldingen bekend als secretaris, in bovenstaande periode. Getoonde voorbeeld is uit 1565.
Zijn eerste vermelding dateert van juni 1549, tevens de maand waarin Heyman Gilissen weigert de signaten te overdragen.

Hij was tevens secretaris van de Bank van Tuil vanaf 1564; zijn laatste inschrijving dateert daar van januari 1580. Aert is in januari of in ieder geval begin 1580 overleden.

Directe verwijzingen naar zijn functie:
Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 199 (1549)


Egen Egensz de Bije

≤1583 - 1590

Overleden op 29 september 1618.

Bovenstaande voorbeeld is uit ORA Zaltbommel, anno 1585. Met ditzelfde handschrift worden ook nog schepenwisselingen vermeld tot 6-12-1592 (achterin inv. 99)
Ditzelfde handschrift wordt gebruikt in ORA Zuilichem, 1577-1618, waarna een ander handschrift volgt.

Directe verwijzingen naar zijn functie:
Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 124-1 (1583)


Jan de Bije

1589 - Okt. 1619

Overleden op 22-4-1625.

Bovenstaande voorbeeld is uit ORA Zaltbommel, anno 1605.

Hij was tevens secretaris van de Bank van Tuil.

Directe verwijzingen naar zijn functie:
Aan het begin van inv. 308 vermeldt hij zichzelf: Johannis Bye.
Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (1591)
Archieven Bommelse Weeshuizen (1594/99)
Volgens (het archief van) Beckering Vinckers is hij benoemd op 25 juni 1589 (Boek IV, bl. 117).


Peter van Enschede

Nov. 1619 - ≥1646

Bovenstaande voorbeeld is uit ORA Zaltbommel, anno 1620.

Directe verwijzingen naar zijn functie:
Volgen nog.